Helft werknemers ziet mobiliteitsbudget zitten

Vendredi 12 janvier 2018 — Antwerpen - Werkgevers en werknemers zijn niet echt op de hoogte van de voorwaarden rond de mobiliteitsvergoeding, waarvan het wetsontwerp op woensdag 10 januari bij de Kamer werd ingediend, en het mobiliteitsbudget, dat een stuk verder gaat. Wel blijkt het mobiliteitsbudget een groter draagvlak te hebben dan de mobiliteitsvergoeding. Iets meer dan de helft (51,8%) van de ondervraagde werknemers heeft er interesse voor. Dat blijkt uit onderzoek door iVox in opdracht van HR-dienstverlener SD Worx en vacature.com bij 2.000 werknemers en 500 werkgevers in België. 

Om het aantal bedrijfswagens terug te dringen en het fileprobleem aan te pakken, creëerde de federale regering de mobiliteitsvergoeding (ook gekend als cash-for-car principe), waarbij werknemers met een bedrijfswagen deze in principe sinds 1 januari 2018 kunnen inruilen voor een extra bedrag in cash dat sociaal en fiscaal gunstig behandeld wordt.

Het mobiliteitsbudget gaat nog een stap verder: de werkgever stelt medewerkers een budget ter beschikking om hun verplaatsing naar het werk te bekostigen. Hierbij krijgen werknemers zelf de keuzevrijheid en de financiële middelen om te beslissen met welk(e) vervoersmiddel(en) ze naar het werk pendelen. Deze maatregel biedt dus meer flexibiliteit. Rond het mobiliteitsbudget bestaat vandaag nog geen concrete wetgeving. Bedrijven kunnen dit echter wel al toepassen via een cafetariaplan waarbij de medewerker de keuze krijgt om een bepaald budget te spenderen aan een waaier van mobiliteitsoplossingen. Het mobiliteitsbudget en de mobiliteitsvergoeding beogen budgetneutraliteit voor zowel werkgever, werknemer als de overheid.

Mobiliteitsvergoeding gekender dan mobiliteitsbudget

Aangezien het mobiliteitsbudget en de mobiliteitsvergoeding nog erg nieuw zijn, is er bij de werkgevers en werknemers nog veel onduidelijkheid over de exacte inhoud ervan. De mobiliteitsvergoeding is wel iets gekender dan het mobiliteitsbudget, zowel bij werkgevers als bij werknemers. 27% van de ondervraagde werkgevers kent de voorwaarden van het mobiliteitsbudget, 34% die van de mobiliteitsvergoeding.

Ook bij werknemers is de mobiliteitsvergoeding gekender dan het mobiliteitsbudget: 63% van de pendelaars is ermee vertrouwd, ten opzichte van 53% die weet wat het mobiliteitsbudget is. Of hun werkgever de mobiliteitsvergoeding zal aanbieden, weet 72% van de ondervraagde werknemers niet. Net geen een op de tien (9%) antwoordt dat het bedrijf het aanbiedt, 19% antwoordt dat die optie er niet in zit. Omgekeerd merken werkgevers nog niet veel interesse bij hun werknemers in de mobiliteitsvergoeding. Eén op vijf onder hen (19,5%) kreeg er al vragen over. Bij kleine bedrijven (met minder dan 20 werknemers), is dit zelfs maar iets meer dan een op tien (11,4%).

Draagvlak voor mobiliteitsbudget, maar minder bij pendelaars met een bedrijfswagen

Over het algemeen staan iets meer dan de helft van de werknemers (51,8%) open voor een mobiliteitsbudget. Deze interesse bij de pendelaars is opvallend groter bij werknemers zonder bedrijfswagens: 56,9% tegenover 26,7% bij wie vandaag al een bedrijfswagen heeft.

Bovendien is maar 5% bereid om zijn of haar bedrijfswagen volledig op te geven in ruil voor andere mobiliteitsoplossingen. 61% zou kiezen voor dezelfde bedrijfswagen, 20% zou een kleiner model nemen zodat er nog budget overblijft voor andere vervoersmiddelen. 9% zou zelfs overwegen om een bedrijfswagen van een hogere categorie te kiezen en daarvoor bereid zijn om andere voordelen opgeven. 

“De kern van het mobiliteitsbudget is dat de bedrijfswagen er deel van kan blijven uitmaken en dus niet volledig hoeft te verdwijnen. Dit sluit aan bij de vaststelling dat de overgrote meerderheid van de ondervraagden nog steeds zou kiezen voor een bedrijfswagen in het kader van een mobiliteitsbudget. Met een mobiliteitsbudget kunnen medewerkers zelf beslissen hoe ze hun woonwerkverkeer optimaal regelen. Binnen het budget, ter beschikking gesteld door de werkgever, kiezen zij de voor hen optimale combinatie van vervoermiddelen. Het vraagt natuurlijk een mentaliteitswijziging van de werknemers zelf, om niet langer op automatische piloot in de wagen te stappen. Maar een mobiliteitsbudget doet hen op zijn minst nadenken over mogelijke alternatieven voor de (bedrijfs)wagen. Het gaat verder en biedt meer keuzevrijheid dan de mobiliteitsvergoeding”, zegt mobiliteitsexperte Veerle Michiels van SD Worx.

Ook bij werkgevers bestaat er een draagvlak voor een mobiliteitsbudget. Twee op vijf (42,8%) werkgevers is geïnteresseerd in deze maatregel, en meer dan de helft (52,1%) overweegt dit in te voeren in de nabije toekomst, of heeft dit al gedaan.

Aangezien een mobiliteitsbudget niet uitsluitend gericht hoeft te zijn op werknemers met een bedrijfswagen zou deze maatregel ook een impact kunnen hebben op pendelaars in het algemeen. Zo zegt bijna één op vijf (18%) van de pendelaars zonder bedrijfswagen dat hij anders naar het werk zou gaan indien hij een mobiliteitsbudget aangeboden zou krijgen. 33% zou kiezen voor een combinatie van fiets, openbaar vervoer of wagen, 29% zou volledig overschakelen naar de fiets, 17% zou met de wagen gaan en 14% met het openbaar vervoer.

Mobiliteitsvergoeding nog niet van de grond

De mobiliteitsvergoeding kan op minder animo rekenen bij pendelaars met een bedrijfswagen. Slechts 16% toont hierin interesse. De weerstand tegen deze regeling kent verschillende redenen: 53% zegt niet op een andere manier dan met de (bedrijfs)wagen op het werk te geraken, 46% zegt dat ze de wagen nodig hebben voor het werk, 36% houdt van het comfort van een bedrijfswagen en 35% vreest dat het bedrag van de mobiliteitsvergoeding te laag zal zijn.

Van de pendelaars met een bedrijfswagen die wel geïnteresseerd zijn in een mobiliteitsvergoeding, zou 46% opnieuw een wagen kiezen als vervoersmiddel als ze hun bedrijfswagen zouden inruilen, terwijl 42% de fiets zou nemen en 29% het openbaar vervoer. 20% zou een combinatie van vervoersmiddelen kiezen.

Werkgevers zijn verdeeld over het aanbieden van een mobiliteitsvergoeding in de toekomst. 43% zegt dat ze hier geen gebruik van zullen maken. Als redenen hiervoor noemen ze geen interesse bij medewerkers (51%), wellicht nauwelijks impact op de files (28%), en te veel administratie (13%). Toch zegt bijna zes op tien (56,5%) van de ondervraagde werkgevers er wel voor open te staan. Slechts 14% van de bedrijven weet nu al zeker dat ze de mobiliteitsvergoeding zullen toekennen.